Twee visies op bagage

Al tijdens de voorbereiding wordt duidelijk hoe verschillend we trektochten beleven. Ik heb de gewoonte om veel verse voeding mee te nemen. Dat zorgt voor gezonde maaltijden, maar doordat die grotendeels uit water bestaan en er tijdens deze tocht geen mogelijkheid tot herbevoorrading is, zal het gewicht al snel oplopen tot iets onrealistisch. Mijn zoon werkt daarom een volledig lichtgewichtmenu uit van ongeveer 3500 kcal per persoon per dag met uitsluitend energierijke ingrediënten die lang bewaren en ook gezond zijn. Noten en olijfolie maken standaard deel uit van elke maaltijd. Dankzij die aanpak kunnen we onze voedselvoorraad beperken tot ongeveer acht kilogram per persoon.

De uitgewerkte eetstrategie werkt uitstekend. Met handige sluitzakjes houden we overzicht in onze voeding. We eten vaak buiten aan een rivier, wat tegelijk praktisch en bijzonder aangenaam is. We kopen alles bij aankomst, want mijn bagage zit sowieso al tegen de limiet van de luchtvaartmaatschappij aan. Dat heeft te maken dat ik met een wandelkar reis, maar ook met mijn voorkeur voor comfort. Dat is een ander belangrijk verschil in reisstijl. Ik neem bijvoorbeeld graag een echt hoofdkussen mee en een dikkere luchtmatras. Mijn zoon daarentegen staat met amper negen kilogram bagage aan de check-in. Volgens hem ben ik een luxe-avonturier. We ontdekken dat comfort en lichtgewicht geen tegenpolen hoeven te zijn, maar eerder verschillende manieren om hetzelfde avontuur te beleven.

Wandelen met twee

Alleen wandelen is iets anders dan met iemand naast je. De ene stapt sneller dan de andere. De interesses zijn niet altijd gelijklopend. Je moet dus met elkaar rekening houden. En je geeft ongemerkt een deel van je energie weg aan de ander. Tegelijk leer je elkaar op een andere manier kennen. Dat merken we vooral wanneer het moeilijk wordt. De steile hellingen van de Cairngorms, de vele rivieroversteken en het manoeuvreren met de wandelkar vragen voortdurend overleg. Vooral in het begin zijn we nog niet goed op elkaar afgestemd. Hindernissen nemen met een wandelkar blijkt uiteindelijk eenvoudiger met twee personen.

Soms zorgt het samenzijn voor komische momenten. Zo denkt mijn zoon onderweg zijn drinkbus verloren te hebben — zowat het belangrijkste voorwerp dat we bijhebben. Hij gaat er alleen naar op zoek. Ik zie hem door het landschap verdwijnen terwijl hij terugkeert naar een eerdere rustplek. Uiteindelijk blijkt de fles gewoon verstopt te zitten in zijn eigen bagage. Ik denk dan weer dat ik mijn drie mutsen op één dag kwijtgespeeld ben, net op het moment dat er een koude wind waait, wetende dat het zeker ’s ochtends en ’s avonds zeer fris is. Uiteindelijk blijken ook die mutsen zich te verstoppen in de bagage.

Mijn zoon is vaak verantwoordelijk voor de navigatie, omdat zijn batterijen langer meegaan. Op een dag is hij niet aan het opletten en zo doen we een onnodige rivieroversteek. We ontdekken daarnaast kleine technieken die een groot verschil maken: met etensrestjes een pasta carbonara bereiden, keien gebruiken om onze tent vast te leggen, het strategisch verleggen van enkele stenen om een rivieroversteek veiliger te maken. Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste voorbereiding op een latere tocht: niet leren hoe je sneller of efficiënter wandelt, maar ontdekken hoe je samen onderweg bent.

Bothy's als hart van de tocht

In die eenvoudige berghutten ontstaat bijna automatisch verbondenheid. In de Ryvoan Bothy verblijven we samen met een man die vertelt hoe hij enkel in deze afgelegen natuur zijn demonen onder controle kan houden. In de Corrour Bothy onmoeten we contrabasmuzikanten en een Amerikaanse studente neurowetenschappen die er haar examen voorbereidt terwijl ook haar vader daar op bezoek is. In de Red House Bothy maken we kennis met een recent ontslagen business development manager die vooral met rust gelaten wil worden. In de Ruigh Aiteachain Bothy huist een waard die thee en hapjes aanbiedt als we binnenkomen.

Er is altijd plaats voor eentje meer

— Wanhopige trekker aan de Ford of Avon Refuge

Soms is een bothy overvol en zetten we onze tent op. We ervaren dat zo’n nacht zorgt voor extra verbinding met de omringende natuur. In de Ford of Avon Refuge is het geluk aan onze kant. In deze schuilhut die nauwelijks groter is dan een tuinhuis en waar wij met ons twee juist in passen zijn wij de eersten. Er komen nog anderen toe bibberend door de regen en de koude maar er is geen plaats. We lezen tijdens die regenachtige avond de kranten die we met ons meedragen om onze schoenen te drogen. Slechts één nacht tijdens de hele tocht slapen we volledig alleen, in de kleine Drake’s Bothy die op geen enkele kaart staat

De aantrekkingskracht van Schotland

Wat me telkens opnieuw naar Schotland trekt, is het landschap. Sommige ervaringen van deze tocht zitten bijna fotografisch vast in mijn geheugen: de immense granietwanden rond Loch Avon, de watervallen die overal naar beneden stromen, een natuurlijke schuilplaats verborgen onder gigantische rotsblokken, het pad naar onze laatste bothy langs een rivier met wilde stroomversnellingen en bossen in lentekleuren, de steeds meer uitdijende sneeuwvlaktes naarmate we de top van de Ben MacDui naderen, het halfbevroren Loch Etchachan waar iemand zijn tent heeft opgezet.

Is dit het echte leven, of is dit een fantasie ?

— Freddy Mercury, Bohemian Rhapsody

Het panorama vanaf Devil’s Point wanneer een korte opklaring plots de lagergelegen omringende moerassen laat oplichten, terwijl wolken en mist over de bergflanken kruipen, is adembenemend. Ook de sfeer is dus belangrijk en Schotland heeft die dramatiek nodig. Zonder regen, mist en wolken zou het landschap bijna te leeg aanvoelen. Net die voortdurende wisselwerking tussen de natuurelementen maakt het gebied levend. Ook de stilte hoort daarbij. Als ik na twee weken opnieuw auto’s hoor rijden, voelt het contrast bijna gewelddadig aan.

Leven in eenvoud

In een bothy zit je droog, maar er is geen elektriciteit of verwarming. De inrichting van de slaapplaatsen is eenvoudig. Tijdens een van de eerste nachten schrikken we wakker wanneer mijn wandelkar met enorm lawaai omvalt nadat iemand van de slaapbank rolt. Ook blijken we onze lepels thuis vergeten te zijn, waardoor we dagenlang eten met een scherp mes en een deksel, tot we uiteindelijk een achtergelaten lepel vinden. Dit is dus een tocht met weinig comfort. Juist daarom worden kleine dingen belangrijk. Het nuttigen van snacks is zo’n moment waar we steeds naar uitkijken.

Zo lang buiten het gewone treden is zo buitengewoon dat het gewone vervaagt.

Daarnaast dragen ook de logboeken in de bothy’s bij aan de bijzondere sfeer van de tocht. Ze vormen bijna een apart literair genre: onbekende reizigers die kleine verhalen, herinneringen en absurde gebeurtenissen achterlaten. Veel trekkers vullen hun teksten bovendien aan met mooie tekeningen. Een verhaal over een hondje dat wegzakt in de drassige grond is ons bijgebleven: “my doggy fell in the boggy”, staat er te lezen. We herhalen die zin dikwijls wanneer we zelf weer eens in het moeras uitglijden. Ook de koude speelt voortdurend mee. Rivierdoorsteken horen bijna dagelijks bij de tocht. We proberen daarbij voorzichtig te zijn, maar zonder te treuzelen, want het ijskoude water onttrekt razendsnel warmte aan je lichaam. Toch kan ik ‘s ochtends van die frisheid genieten. Als liefhebber van koude douches was ik me graag met water uit de bergrivieren. Achteraf voel ik me telkens opvallend warm en helder.

Ontmoetingen onderweg

Op zo’n trektocht ontmoet je regelmatig nieuwe mensen onderweg. Al weet je dat je wellicht elkaar nooit meer zal terugzien, toch ontstaat er telkens verbinding. Zo wil een ouder koppel dat dwars door Schotland trekt van west naar oost met ons een selfie voor hun herinneringsalbum. Een andere keer ontmoeten we twee vermoeide Schotse mannen die slecht voorbereid zijn. Ze kunnen het nauwelijks geloven als we hen vertellen dat hun eindbestemming nog zeker vier uur stappen verwijderd ligt. We luisteren naar hun verhaal van een rivieroversteek waar ze tot hun middel in het water hebben gezeten en daarna meters langs steile rotswanden hebben geklauterd. Twee fietsers spreken enthousiast over het Belgisch veldrijden terwijl wij samen midden in een rivier staan. Een hond weigert verder te stappen uit angst voor mijn wandelkar.

Tegenliggers bekijken ons soms alsof onze tocht met een wandelkar onmogelijk is, maar ervaring heeft me geleerd dat je het oordeel van anderen best negeert. Zelfs korte ontmoetingen blijven hangen. We zien een man met korte broek die aan hoge snelheid onverstoord een steile helling opwandelt terwijl dichte mist opkomt en de avond nadert. De laatste verbindende ontmoeting is op onze afscheidsavond in Inverness in een klein hotelletje. De enthousiaste uitbater in kilt heeft nog nooit een wandelkar gezien. Geheimzinnig verklapt hij dat hij liever in zonniger oorden zou verblijven maar hij krijgt er zijn vrouw niet van overtuigd. Wij daarentegen zijn overtuigd dat we naar Schotland terugkeren.

Related Posts

Privacy Preference Center