Op weg
Tijdens rit 11 rij ik naar Lurcy-Lévis en test voor de eerste keer BlaBlaCar uit als chauffeur. Een 19-jarig meisje stalkt me al meer dan een week om mee te rijden vanaf Charleroi maar de dag zelf boekt ze uiteindelijk toch niet. Het verwondert me dat ze een excusesberichtje stuurt. Ik neem een 26-jarige dame mee vanaf het station van Troyes. Ze werkt als callcenter-medewerker voor EDF. Het is deze week haar laatste werkdag en dan reist ze altijd met BlaBlaCar naar haar zus in Auxerre, want ze heeft geen eigen wagen en het openbaar vervoer loopt via Parijs. Het is een interessant gesprek waaruit ik vooral leer dat ze weinig van de wereld weet. Ze is nog nooit in België geweest en van de bestorming van het Capitool heeft ze ook nog nooit gehoord.
’s Avonds wil ik de opnames van Vive le Vélo meemaken in het kasteel van de Planckaerts in Lurcy-Lévis. Er staat een parking vol Belgen met hun officiële uitnodiging te wachten. Ik heb die niet en kom terecht op een dorpsconcert aan de Etang des Sezeaux met vriendelijke Fransmannen die er geen probleem mee hebben dat ik daar mijn tent opzet. Ik geraak in gesprek met een jongeman die probleemjongeren begeleidt. Hij is de oudste van 7 kinderen en ervaringsdeskundige, hij haat zijn ouders. Een oudere man die naast me zit vertelt over de ongastvrijheid van de Vlamingen terwijl ik mijn goedkope portie friet opeet. Na het concert komt de pianist bij ons zitten, hij heeft lichamelijke beperkingen en is specialist in martial arts, de man naast me blijkbaar ook. Ze pronken met hun kennis, de pianist haalt zelfs een nunchaku uit zijn wagen.
Rit 12
De volgende ochtend ontmoet ik nog slaperig naar eigen zeggen de trouwste fans van renner Cavendish, Belgen uiteraard. Hij komt regelmatig bij hen thuis, en men denkt overal dat ze zijn ouders zijn. Ik kom in het dilemma van verder naar dit verhaal te luisteren of mogelijks te laat te zijn voor rit 12. Ik kies het eerste, ik blijf in het moment. Het is enkele uren rijden naar Vaux-en-Beaujolais en de weg is al afgesloten. Ik ga te voet naar de Col de la Croix Rosier via de weg die de renners straks zullen volgen. In Le Perréon is de plaatselijke harmonie in het geel al de toortocht aan het oefenen. Op de berg volg ik het voorbeeld van anderen door een stuk weg af te snijden via een steile wijngaard waarlangs diverse deux-chevaux geparkeerd zijn. Daarboven is een groot scherm en een dranktent.
Overal denken ze dat we de ouders van Cavendish zijn
Nadat de renners gepasseerd zijn beslis ik dat het zinvol is door te rijden naar Culoz, aan de voet van de Grand Colombier, waar de renners morgen passeren. De berg is al afgesloten en op de toegangsweg staat de ene camper tegen de andere, ik ben genoodzaakt enkele kilometer terug te rijden naar het grote grasveld aan de ingang van de stad. Een groep jongeren komt daar ook juist aan en het is duidelijk dat die een groot deel van de nacht luidruchtig zullen feesten. Ik zet preventief mijn tent aan de andere kant van het grasveld op.

Rit 13
Vroeg vertrek ik de ochtend van mijn verjaardag naar rit 13 met enkel mijn goed gevulde camelbag en wat snacks. Ik klim tot in de laatste haarspeldbocht van les Lacets du Grand Colombier. Daar staat een groep luidruchtige jongeren die rechtreeks vanuit Parijs gereden zijn zonder slapen en renner Thibau Pinot zeer goed kennen. Ze zijn voor hem een groot spandoek met bengaals vuurwerk aan het voorbereiden als eerbetoon aan zijn laatste tour. Ik krijg een lauwe aperol spritz zonder alcohol. Ze doden de lange wachttijd door de amateurs die de berg oprijden verbaal en fysiek aan te moedigen. Juist achter de bocht houdt een andere groep regelmatig een polonaise. Een Duitser komt het publiek af en toe besprenkelen, dit is aangenaam, hij draait er zo 100 liter per rit door. Van de caravaan krijg ik geen Leclerc-bolletjes-T-shirt omdat ik er al een aanheb.
De leden van Moategem zingen een verjaardagsliedje voor mij
De renners moeten door een smalle gang tussen het publiek. Ik bestudeer hun reactie. Sommigen moedigen het uitzinnige publiek verder aan, anderen vinden het overweldigend, sommigen genieten, weer anderen zitten kapot. Ik denk dat ze na hun carrière gehoorschade hebben. Op de terugweg ontmoet ik 5 leden van Moategem die me te drinken geven, een verjaardagsliedje voor me zingen en me uitnodigen op hun speciale standplaats in Paris-Roubaix volgend jaar. De profrenners rijden intussen naast ons met grote snelheid de berg terug af op weg naar hun hotel. Ikzelf rij die avond door naar Samoëns aan de voet van de Col de joux Plane. Het is al goed donker eer ik er ben, het is juist de apotheose van het vuurwerk voor Frankrijks nationale feestdag. Ik kan niet meer verder want ze zijn reclameboodschappen op de weg aan het verven. Ik parkeer in de berm en plaats mijn tent.
Rit 14
Ik word vroeg wakker voor rit 14 door toeterende tourwagens. Ik besluit de klim naar de top met mijn wandelkar te doen. Die ligt op iets meer dan 9 km. Ik word regelmatig aangemoedigd en becommentarieerd. Er is al veel volk aan de top en ik installeer me vlak voor de laatste bocht. Ik bereid lekkere courgettesoep met sardines op mijn gasvuurtje. Het wordt onweerachtig met donderslagen en een korte bui. Ik maak kennis met een koppel Brazilianen dat 30 jaar getrouwd is en die veel van Belgisch bier kennen. Aan mijn wandelstok bevestig ik mijn broekspijp met tape die ik gisteren gekregen heb. Door er sterk mee te zwaaien als Vingegaard en Pogacar passeren, ook geholpen door de Braziliaanse vlaag, heeft Jeroen me op televisie kunnen zien. Ik mag het Braziliaanse petje houden. Ik overnacht in mijn tent op de berg. De vuilniskar komt alle volle vuilniszakken ophalen.

Naar rit 15 ga ik niet kijken, ik heb mijn rust nodig, dit tempo is niet vol te houden. Ik boek op een camping in Taninges. Vive le Vélo zendt vlakbij uit, ik heb geen zin om er naartoe te gaan. Ik netflix een aflevering van de geniale serie “La Casa de Papel” terwijl oplettende Jeroen het paswoord wijzigt. De volgende dag is het in de tour zelf een rustdag. Ik laat mijn haar knippen en rij dan naar Passy. Er staan weeral overal campers. Ik plaats me er tussen en wandel dan te voet naar waar ik denk dat morgen de start van de tijdrit is, maar er is niks te zien.
Ik vraag meer uitleg aan een oudere man. Dat blijkt een Belg uit Louvain-la-Neuve te zijn die net zoals mij de tour op zijn eentje volgt en het ook niet weet. Blijkt dat het vertrek in een buitenwijk is, dus wij ernaar toe, het is niet gemakkelijk te vinden. Er is hier geen café, dus we zijn genoodzaakt om wat bij te tanken in de Super U. Ik wandel terug naar mijn wagen en heb nog honger. De Auberge aan de overkant van het rondpunt is gesloten, hoe kan dat nu met zoveel potentiële klanten in de buurt. Ik begeef me naar het nabijgelegen Sallanches en kom onderweg het mobiele Belgische café “Les Amis du Tour de France” tegen en blijf er plakken. De Tsjech met zijn hoge bi die ik enkele dagen geleden de Grand Colombier had zien oprijden houdt er ook juist halt.
Rit 16 en 17
Als ik de volgende ochtend opsta is de weg volledig afgezet en de gendarmerie present. Vlakbij is een ecologisch composttoilet naast de weg geïnstalleerd. Ik wandel een uurtje naar de start waar intussen een lange paddock is opgesteld met alle tourbussen. De publicitaire karavaan rijdt er juist tussen en ik grijp mijn eerste Tourtel Twist, het is vrij lekker. Ik maak de eerste starts van dichtbij mee, dat zijn dus de renners die het laatst staan in het klassement. Er zijn 3 valpartijen kort na elkaar in de eerste bocht, de wegmarkering is blijkbaar erg glad, de nadars worden een halve meter verplaatst. Ik geef mijn geel petje weg aan een koppel Nieuw-Zeelanders. Daarna wandel ik naar een punt waar de renners aan volle snelheid een berg afdalen en uiteindelijk kom ik weer bij het mobiele Belgische café terecht. Alle Belgische renners en vooral Wout Van Aert worden oorverdovend aangemoedigd.

En dan ben ik nog zowat 4 uur onderweg naar de col de La Loze. Het opzetten van mijn tent in het donker gaat niet vlot. Er is weer feest tot laat in de nacht.
De 7 km te voet met de wandelkar naar de top is moeilijker dan vorige beklimmingen. Hier volgen vlakkere stukken en zeer steile stukken tot wel 20% elkaar op. Ik installeer me naast Italianen vanwaar je de renners van kilometers ver ziet komen. Tot kort voor hun komst is er nog een opstopping met veel wagens. Voor de karavaan blijf ik zitten en toch raap ik meer gadgets dan ervoor. Je moet er geen extra energie insteken, ze komt naar je toe. De tour komt in een beslissende wending want Vingegaard heeft er Pogacar kunnen afrijden waardoor het spannend secondenspel voorbij is. De latere renners zijn zeer vermoeid en er zijn toeschouwers die ze duwen.










